Minister Dekker Beraamt met Verzekeraar Achmea een Coup – hoe Lang zit Advocatuur nog Stil?

Door Jan-Hein Strop

Minister Dekker van Rechtsbescherming ligt in bed met rechtsbijstandverzekeraar Achmea.

Deze onverkwikkelijke liefdesaffaire ontvlamt deze maand met de start van een ‘eerste verkenning’ van de Raad voor Rechtsbijstand naar de dienstverlening van LegalGuard, een dochteronderneming van Achmea. Het idee is om ervaring op te doen met de werkwijze van de juristen van LegalGuard bij consumentenzaken. Zie hier de brief die Dekker erover naar de Kamer stuurde.  

Het is een ontwikkeling die wat mij betreft grote vragen oproept over concurrentie, innovatie en ownership.

Dat Dekker voor efficiënte oplossingen verder kijkt dan naar de advocatuur, vind ik zo gek nog niet. Het laat zien dat de advocatuur zijn vanzelfsprekende monopolie dreigt kwijt te raken, wat tot vernieuwing en verbetering kan leiden.  

Maar zonder een eerlijk stelsel, zal de concurrentie van rechtsbijstandverzekeraars de sociale advocatuur wegvagen. Immers, Achmea kan met geld van aandeelhouders grootschalig investeren, maar advocaten kunnen/mogen dat niet. Bovendien zijn advocaten zoals je weet gebonden gebonden aan allerlei kwaliteitseisen en gedragsregels, maar de juristen van Achmea niet.

‘Zo waanzinnig krom speelveld’

Ik zette vorige week woorden van gelijke strekking op Linkedin (zie hier), en kreeg tal van interessante reacties, zoals deze:

En deze:

Dit lijkt me de vinger op de zere plek.

Als de advocatuur niet in actie komt, pleegt Dekker met Achmea een coup. Ik moet er zelf niet aan denken dat ik voor rechtshulp ben overgeleverd ben aan zo’n verzekeraar waar alles draait om productie, waar alles op schikken is gericht. In veel gevallen is een advocaat juist vanwege alle kwaliteitseisen verreweg te prefereren. Mensen met minder geld krijgen straks kwalitatief minder goede rechtsbijstand – een stuitende ontwikkeling.

Zoals de reacties hierboven laten zien, is er meer aan de hand dan uitholling van de sociale advocatuur. Dit gaat om mededinging: het speelveld voor advocaten en juristen van Achmea moet gelijk zijn – anders trekt de overheid één marktpartij voor.

Concurreren op de markt voor rechtshulpaketten

Als Dekker desondanks doorzet, wordt het tijd voor een grondige herbezinning op het verbod op niet-advocaten als aandeelhouders. Advocatenkantoren zouden zich net als verzekeraars anders moeten kunnen organiseren en ook juristen aan het werk mogen zetten voor toevoegingen om te concurreren op de markt voor ‘rechtshulppaketten’.     

Het zou de Orde van Advocaten sieren met een verfrissende reactie te komen. Iets met een open debat of zo.

Maar ik heb zo het vermoeden dat de reactie allesbehalve fris zal zijn. Probleem is namelijk dat investeringen van buiten zullen leiden tot meer concurrentie en (dus) prijsdruk.

Het bolwerk dient gesloten te blijven

Meer concurrentie, daar heeft de Orde helemaal geen trek in, zo heb ik de afgelopen jaren geleerd. De krampachtige pogingen om marktplaatsen, zoals LegalDutch, het leven zuur te maken, wijzen erop dat de Orde niet klaar is voor de 21e eeuw. Het bolwerk dient gesloten te blijven met een beroep op de ‘onafhankelijkheid’.

Het Amsterdamse Kennedy Van der Laan kan er over meepraten. Het kantoor richtte een legaltech-consultancy op – een aparte entiteit waarin het kantoor aandeelhouder was. Maar de Amsterdamse deken Evert-Jan Henrichs (De Brauw) vindt dat Kennedy geen ondernemingsactiviteiten in een dochtervennootschap mag uitvoeren, zo meldde Advocatie gisteren. Want het zou een voor advocaten verboden samenwerking opleveren, omdat in theorie andere beroepsbeoefenaars het werk van advocaten zouden kunnen beïnvloeden. Tsja.

Snapt de deken dan niet dat als advocaten geen efficiëntere oplossingen verzinnen, dat anderen dat zullen doen? Of het nu Achmea is, LegalZoom of de accountancy.

Dat is zorgwekkend want ik denk dat de rechtzoekende erbij gebaat is dat er andere modellen komen. Stel je voor dat je een IT-bedrijf laat participeren in een kantoor, waarmee goedkopere, digitale oplossingen gemaakt kunnen worden, gecombineerd met de unieke kennis en ervaring van advocaten; dat er serieus budget komt voor de volwassen marketing van zulke oplossingen; dat klanten straks commodities goedkoop inkopen en je hen frictieloos doorsluist naar de specialistische oplossingen op maat.  

Stel je voor…

De komst van alternative business structures

In het VK is het al lang zo ver. Sinds 2007 zijn externe aandeelhouders – Alternative Business Structures (ABS) – toegestaan, onder zekere condities. Meer dan 500 van zulke ABS-kantoren zijn al geregistreerd.   

Kennelijk is dat daar wel verenigbaar met de beroepsethiek, na toetsing door de onafhankelijke toezichthouder. Je leest het goed: het toezicht op de advocatuur is weggehaald bij de beroepsgroep zelf om de concurrentie te stimuleren. Hallo Evert-Jan Henrichs.

Uit de zakken van de huidige aandeelhouders zal het geld voor innovatie in Nederland niet komen, nu het huidige partnermodel weinig prikkels biedt om zulke investeringen te doen. Bovendien: het gaat nog te voorspoedig met uurtarieven vanaf 200 euro – er is geen sense of urgency

In deze zin zou Dekker nog wel eens een heilzame werking kunnen hebben op het debat. De sociale advocatuur kan onder existentiële druk als wegbereider fungeren van een efficiëntere markt die open staat voor vernieuwing. Zo kunnen we dat andere scenario, waarin goede rechtsbijstand slechts is weggelegd voor welstandigen, hopelijk vermijden.

Jan-Hein Strop

Over de auteur

Ik ben oprichter van LegalDutch, een vernieuwend marketingplatform voor advocaten. Met mijn ervaring als journalist (ex-FD) en juridische achtergrond help ik advocaten nieuwe klanten te bereiken met content marketing: effectief geschreven blogs die de doelgroep raken en scoren in Google. Ik geef workshops, breng advocaten in het nieuws en denk mee bij contentcreatie. Email: janhein@legaldutch.nl.